Avadhuta teachings (6)

Adelaar logo.jpg

De traditie en de leermeester

Aanwezige: “Ik kan mij maar niet echt in dit leven settelen. Ik zie mezelf en de mensen om mij heen door allerlei levensstadia heengaan: zuigeling, kleuter, puber, volwassene, bejaarde... en men haalt zich allerlei levenstoestanden op de hals zoals carrière maken, trouwen, kinderen krijgen... om vervolgen weer via ziekte, rampspoed of ouderdom het leven te verlaten... Life sucks and then you die... Ergens heb ik nooit echt hierin helemaal mee kunnen doen en vraag ik mij op een dieper niveau af wat eigenlijk de zin van dit alles is? Ik zie om mij heen dat de aarde wordt uitgebuit, beroofd en geplunderd. Men zegt dat de mensheid vooruit gaat? Op een wezenlijk niveau vraag ik me af waar we eigenlijk mee bezig zijn? Je spreekt vaak over een trektocht door de innerlijke Himalaya… Wanneer ik deze vergelijking doortrek naar mijn bestaan en het leven om mij heen, wat heeft het dan voor zin om met veel moeite een berg te beklimmen om er in dezelfde hoedanigheid en toestand ook weer af te gaan?”

Randolph: “Ik snap wat je bedoelt… Ik ken een mooi stukje hieromtrent uit het boek ‘Halverwege de berg, valkuilen op weg naar verlichting’…

“De meeste mensen leven in de vlakte aan de voet van het gebergte. Ze bouwen er een fraai dorp, soms zelfs een stad. Ze hebben een gezin - en ze houden van hun gezin of ze houden niet van hun gezin; ze hebben er een baan, ze hebben vrienden, ze zijn gelukkig of misschien ook niet; ze gaan naar de kerk of naar de tempel, of misschien ook niet. En ze gaan er dood.
Veel minder mensen, maar nog steeds een aanzienlijk aantal, wonen op de hellingen van de uitlopers van het gebergte. Ze hebben nog steeds een gezin en een baan en een samenleving, maar ze proberen te leven volgens een hoge morele standaard, andere mensen goed te behandelen, lessen te leren en de zin van hun leven te ontdekken. Ze hebben een idee van God of van de Waarheid en zullen misschien proberen die Waarheid op een of andere manier te verwezenlijken of zelfs te dienen.
Een nog kleiner aantal leeft in de bergen en slaat zijn kamp steeds hoger op, naarmate ze zich hebben aangepast aan de veranderingen in de atmosfeer. Vaak hebben ze een gezin en vrienden en beschouwen ze het leven met hen als iets heiligs. Ze streven naar een leven van mededogen. Ze kennen en aanvaarden de waarde van het gebergte; ze wijden hun leven aan het beklimmen ervan en doen wat binnen hun vermogen ligt om zich aan te passen aan de altijd veranderende maar altijd veeleisende omstandigheden.
Er zijn echter maar heel weinig mensen die de berg daadwerkelijk hebben beklommen. Vaak leven ze alleen binnen het perspectief van waaruit ze de wereld om zich heen aanschouwen, hoewel er in hun directe nabijheid mensen kunnen zijn die hun dierbaar zijn en hetzelfde zouden willen zien als zij. Sommigen leiden een actief leven en ontvangen bezoekers; anderen slaan hun tent op in eenzaamheid en blijven onopgemerkt.
Het meest zeldzaams zijn de mensen die, nadat ze de top hebben bereikt, langs de andere helling afdalen en een leven van eeuwig klimmen en dalen leiden, in een geduldige en meedogende pelgrimstocht van berg naar berg, terwijl ze andere mensen de wetten van het gebergte leren, hen helpen hun schoenen aan te trekken, hun waterfles vullen, hun een touw toewerpen, hen langs steenslag en steile rotswanden leiden en hen onder alle omstandigheden blijven aanmoedigen. Ze zijn een onvermoeibare gids voor anderen en nemen nooit tijd uit te rusten.”

                                                                                        
~ uit Halverwege de berg, valkuilen op weg naar verlichting

Randolph: “Wat je daarnet beschreef, is dit je enige kijk op het leven?”

Aanwezige: “Nee, aan de andere kant laat de wetenschap mij steeds meer het wonder van het leven zien. In documentaires over het heelal en de natuur toont men mij de pracht van de aarde en het bestaan. Het wonder van de regenwouden, de nog onontdekte flora en fauna. Het leven blijft mij verbazen... de sterrenstelsels, de zwarte gaten, de supernova’s, de oerknal...  Elke dag doet de mens nieuwe ontdekkingen en openbaart zich meer en meer het eindeloze Mysterie van het leven en de kosmos. Maar ook wat betreft deze oneindig kosmos vraag ik me af waartoe een mensen leven nu eigenlijk dient?”

Randolph: “Hoe ben je tot nu toe te werk gegaan om hier achter te komen?”

Aanwezige: “In een poging hier antwoorden op te krijgen, ben ik allerlei boeken gaan lezen. In mijn zoektocht heb ik mij verdiept in religie, psychologie, filosofie, Soefisme, Zen, Advaita Vedanta... Al deze boeken gaven me wel wat kennis, maar deze kennis maakte niet echt een verschil. Ze brachten me niet echt Realisatie. Wat ze mij telkens wel lieten zien, is dat ik het in mijn eentje niet redde en een levende leermeester nodig had. Vervolgens heb ik allerlei leraren bezocht... die mij wel wat inzichten gaven, maar niet echt mijn ziele-onrust hebben kunnen wegnemen. Ook wat pilletjes en middelen hebben mij tijdelijk wat openingen gegeven, maar dit heeft nog altijd te maken met ervaringen die komen en gaan. Mijn queeste is nog niet volbracht... maar ik weet het zo langzamerhand niet meer... Hoe zit het nu werkelijk met ‘Zoekt en gij zult vinden’ en ‘Klopt en u zal opengedaan worden’? Toch weet ik ergens dat een queeste tot een einde kan komen, want er zijn te allen tijde mensen op aarde geweest die over de ontrafeling van het geheim des levens spraken. Ik weet dat alle Grote leermeesters teachings kregen die maakte dat zij er echt uit gekomen zijn. Via de boeken weet ik dat Jezus zijn eerste teachings ontving bij de Essenen en dat die teaching een vervolg kregen tijdens zijn zwerftochten in de Himalaya en het Midden-Oosten, voordat hij de woestijn betrad en zijn zoektocht tot een definitief einde kwam. En wat kwam de Boeddha in Noord-India onder zijn Bodhi-boom onder ogen? Ik heb gehoord dat jij van een traditie van negen opeenvolgende leermeesters komt en dat het binnen die traditie gebruikelijk is dat dat hele zaakje binnen een paar jaar opgelost is. Ik geloof dat het Nisargadatta Maharaj ongeveer drie jaar had gekost. En jij hebt ook wel eens losgelaten dat na een jaar of drie de realisatie van Eenheid of universeel Zijn een feit was. Je noemt je teachings ook wel ‘teachings die het kaf van het koren scheiden’? Wat zijn dat dan voor teachings? Kun je mij die tonen om me door mijn stagnatie en zielenroerselen heen te helpen?”

Randolph: “Ja, natuurlijk. In plaats van ‘Zoekt en gij zult vinden’ spreek ik liever van ‘Vraagt en gij zult vinden’... Een wezenlijke zoek- en vindtocht hoeft niet langer dan een jaar of drie in beslag te nemen. In de Yoga van het Licht zeggen wij: ‘Wanneer je klaar bent voor het grote avontuur ga je op zoek naar een traditie met een gids die bekend is met de spelonken en de eeuwenoude wegen’... Mijn teachings noem ik soms ‘de teachings van de Himalaya en de Oostelijke opgaande Zon’. Het zijn eeuwenoude teachings die via een opeenvolging van leermeesters wordt doorgegeven. Net zoals de Himalaya het fundament is van Tibet, India, Pakistan..., zo vormen haar teaching ook het fundament waarop de grote menselijke zoektocht is gebouwd. Haar teachings vormen de basis van spiritualiteit. De Himalaya is de bakermat van het boeddhisme, Zen, Yoga en de Advaita Vedanta. De wezenlijke teachings van de Himalaya en het Verre Oosten zijn de teachings van het Eerste Gegeven, je onmiddellijke natuur. Ook de traditie waartoe ik behoort is een Eerste Gegeven traditie. De Adinath Sampradaya wordt dit genoemd. In het Sanskriet staat ‘Adi’ voor ‘het Eerste’ en staat ‘nath’ voor (leer)meesterlijke doorgave. Het woord ‘Sampradaya’ betekent ‘traditie’. De Adinath Sampradaya is de doorgave van het Eerste Gegeven…

Aanwezige: “Ik dacht dat ze jouw traditie ‘de Navnath Sampradaya’ noemen?”

Randolph: “Ja dat klopt. De meest bekende ‘tak’ van de Adinath wordt de Navnath Sampradaya genoemd. 'Nav' betekent negen... Met de Navnath Sampradaya wordt slechts de lineage van negen opeenvolgende leermeesters genoemd waartoe Siddharameshwar en Nisargadatta Maharaj behoren. De Adinath omvat wat mij betreft alle tradities die het Eerste Gegeven als uitgangspunt hebben. Daartoe behoren niet alleen de Navnath, maar voor mij ook de lineage van Ramana Maharshi en Selva Raja Yesudian... en alle waarachtigen, die vanuit het Eerste Gegeven vertrekken, zoals Boeddha, Jezus... De onmiddellijke teachings van de Himalaya en het Verre Oosten of de Adinath zijn de teachings van ‘Wat Is’. Waarom het Zelfrealisatie vaak zo’n drie jaar de tijd nodig heeft om door te dringen, komt omdat het ‘middellijke’, de stof, veel trager is. Het ‘middellijke’ heeft wat tijd nodig om zich aan de nieuwe situatie aan te passen, maar daar wil ik dus wel benadrukken dat de Uiteindelijke Realisatie altijd onmiddellijk en het Onmiddellijke is. Aan het einde van alle paden is het altijd Alles of Niets en ontdek je dat waarmee je eindigt, ook dát Is waar alles mee begint. Tat Tvam Asi, You are Thát! Vanwege de effectiviteit en de directheid wordt dit pad ook wel het Directe pad genoemd. Alles wordt enkel en alleen direct benaderd.”

Aanwezige: “Zou je kunnen zeggen wat het vereiste is voor het Directe pad .”

Randolph: “Wat betreft degene die het Directe Pad bewandelt komt het heel simpel neer op integriteit en intimiteit. Wanneer de Waarheid niet wordt ontkend (nadat deze is geïntroduceerd) en het leven niet wordt vermeden kan realisatie niet uitblijven. Een onstuitbaar verlangen naar Waarheid, absolute oprechtheid, eerlijkheid en liefde voor het leven en de realisatietocht loodsen je door alle moeilijkheden heen en brengen je voorbij alle obstakels. Zo is het altijd gegaan en zo zal het altijd zijn.”

Aanwezige: “Ik ken hieromtrent wat uitspraken van Nisargadatta Maharaj…

Nisargadatta Maharaj: “No way to Self-realization is short or long, but some people are more in earnest and some are less. I can tell you about myself. I was a simple man, but I trusted my Guru. What he told me to do, I did… Earnestness, not perfection, is a precondition to self-realization. Virtues and powers come with realization, not before… Earnestness is not a yearning for the fruits of one’s endeavors. It is an expression of an inner shift of interest away from the false, the unessential, the personal… It is earnestness that is indispensable, the crucial factor. Sadhana is only a vessel and it must be filled to the brim with earnestness, which is but love in action. For nothing can be done without love… It is earnestness that will take you through, not cleverness - your own or another’s... To find reality you must be real in the smallest daily action; there can be no deceit in the search for truth…

Randolph: “Ja, prachtig…

Aanwezige: “En hoe zit het met de juiste leraar ontmoeten?”

Randolph: “Ja, het eerste wat je ontmoet wanneer je integer bent, is dat je het niet in je eentje redt. Je hebt iemand nodig die je laat zien dat je in wezen niemand nodig hebt. Nogmaals: ‘Wanneer je klaar bent voor het grote avontuur ga je op zoek naar een traditie met een gids die bekend is met de spelonken en de eeuwenoude wegen...’ Wanneer je via integriteit en intimiteit voldoende open staat, ontmoet je de leraar die hier bij past. Nisargadatta geeft hier een mooie beschrijving van:

Nisargadatta Maharaj: “De ontmoeting met de uiteindelijke leermeester is het grootste geluk dat je in het leven ten deel kunt vallen. Dat is de leraar die zichzelf niet als leermeester ziet, maar die zich als Openheid kent en laat kennen. Het is deze Openheid die de nodige ruimte geeft voor het oplossen van de ‘ik-resten’. Het is ook de Liefde die nodig is voor het uiteindelijke vertrouwen dat alles goed is, zodat ook de laatste spanning kan wegvallen... De leermeester heeft een menselijke vorm, maar die vorm is nodig om de brug te kunnen slaan van het beperkte naar het onbeperkte.”

Aanwezige: “In deel I van je Avadhuta blogpost spreek je over de ‘innerlijke’ Himalaya? Kun je wat dit betreft nog iets meer zeggen over de verschillende niveaus van innerlijke Hima-laya en zijn teachings?”

Randolph: “Oké, ik zal eerst even herhalen wat er hieromtrent in mij eerste Avadhuta blogpost stond: ‘Je kunt ‘uiterlijk’ midden in het leven staan en tegelijkertijd ‘innerlijk’ niet meer tot de maatschappij of zelfs niet meer tot ‘de wereld’ behoren. Wat de meeste mensen niet weten is dat de beide tradities waaruit ik voortkom, niet alleen Jnani-tradities maar ook Avadhuta-tradities zijn. Dat geldt voor zowel de lineage van Ramana Maharshi en Selvarajan Yesudian als die van Nisargadatta Maharaj en Alexander Smit. Al mijn leermeesters hadden hun Jnani- en Avadhuta-fase. In de Navnath-Sampradaya bezochten de leermeesters in hun jnani-hoedanigheid hun leerlingen in hun huishoudens. De Navnath Sampradaya gaat ‘uiterlijk’ ook wel door het leven als ‘household tradition’. In de ‘household tradition’ van het Eerste Gegeven bezocht de leermeester in het verleden de huishoudens van zijn leerlingen, verbleef daar één of twee weken om onderricht te geven en ging daarna weer op pad naar het volgende huishouden. Wat er van de leerlingen werd verwacht (en wordt) is dat ze midden in het leven staan.’

In deze westerse maatschappij (die geheel niet is ingericht om Zelfrealisatie) is het onmogelijk om gedurende enkele weken de huishoudens van leerlingen te bezoeken. Daarom draaien we het om. We laten tegenwoordig de leerlingen naar onze ‘huishoudens’ komen. Op een bepaalde manier zou je kunnen zeggen dat de Jnani zich tussen de mensen begeeft en de leerling van ‘de marktplaats van de mind’, waar het gekeuvel van het volk plaatsvindt, naar de buitenringen van de civilisatie leidt. De maatschappij en het massa bewustzijn zijn nogal gefocust op macht en kennis, je antwoordje klaar hebben en zeggenschap nastreven. Op een bepaalde manier zou je kunnen zeggen dat in de maatschappij kennis een verkramping is geworden. De Jnani leidt je uit het web van wereldse, tweederangs kennis, naar wezenlijke directe Kennendheid. Daarom richten de meeste Jnani’s zich op het grove sloopwerk van de mindfall, de waterval van de mind waar alle (intelligentie en) kennis zich in het verderf stort en wordt uitgewist. De Jnani brengt je met zijn satsang tot aan ‘de waterval die van het (innerlijke) laaggebergte het mensen (tranen) dal in stroomt’. Dit is het gebied van de wolf. Een wolf is een sociaal dier. Samen met zijn roedel (Sangha), trekt hij door de ‘eindeloze prairies’ en de ‘everglades’ van het Eerste Gegeven. Hij laat je proeven van de zuivere beken en opent je ogen voor de schitterende kristalheldere bergmeren. De Jnani heeft voor de meeste sadhaka’s (oprechte zoekers) een zuiverende, purende, werking. Op weg naar de (innerlijke) bron trekt de Jnani met zijn leerlingen stroomopwaarts, voorbij de krachtcentrales van het maatschappelijk nut en iedere menselijke exploitatie.

De Avadhuta bevindt zich op hoger gelegen gebied. Hij trekt met je door het (innerlijke) middelgebergte van het pure Zijn, waar ieder spoor van civilisatie definitief ophoudt te bestaan. Dit is het gebied van de sneeuwluipaard. In de Himalaya een sneeuwluipaard spotten is iets uitzonderlijks. De sneeuwluipaard reist van bergmeer tot bergmeer, steeds minder rimpelingen in het spiegeloppervlak veroorzakend. Misschien dat je hier nog een enkele medezoeker ontmoet, maar die zijn hier zeldzaam. De Sangha’s zijn hier klein, de interactie is bijna één-op-één en je moet in de grootse weidsheid en wildheid van de woestenij van het Eerste Gegeven enorm je best doen (integer en wakker zijn) om de Avadhuta te blijven terug vinden. Hoe subtieler de teachings, hoe transparanter de Avadhuta.

Tenslotte bevindt de Jivanmukta zich in het pure (innerlijke) hooggebergte van Sat-Chit-Ananda (Zijn-Helderheid-Gelukzaligheid), waar nog slechts een enkeling zich waagt. Basaal ingrondelijk Zijn, Pure Helderheid, Hemelse Gelukzaligheid zijn hier niet het doel maar verlokkingen en subtiele valkuilen. Dit is het gebied van de adelaar. De lucht is hier voor de meeste zoekers, gewoon te ijl. Je moet werkelijk van ‘goede huize’ komen om hier niet door hoogteziekte bevangen te worden en niet verdwalen of om toch nog op het laatst van een bergwand weer naar beneden te vallen om op het laatste nippertje nog een zinloze dood tegemoet gaan. De aasetende gieren (de dood) wachten geduldig op degene die halverwege de berg blijft hangen en op hen die net de bergtop niet halen... Wanneer hier klimmen (willen bereiken) je voertuig is, dan zal de ongrijpbare Zijnstoestand zelf je fataal zijn. De enige optie hier is van klimmen over te gaan op vliegen. Vliegen is speels, het heeft de serieusheid van de klimtocht achter gelaten. ‘Vliegen’ betekent hier iedere sadhana (spirituele beoefening) loslaten. Hier spreken we van Niet-meditatie en Niet-doen. In mijn traditie noemen we dit ook wel ‘het vogelpad’ (Vihangam-marg). Wanneer de adelaar zijn vleugels uitslaat in het aangeboren luchtruim van het Eerste Gegeven is hij niet langer voedsel voor de goden… Hier vier ik met een paar van mijn leerlingen onze grootse spirituele traditie en erfenis van Vrijheid…

Aanwezige: “Ahhh, nu snap ik al die adelaarsafbeeldingen op je website en in je satsangs…”

Randolph: “Exact. Ik weet nog goed hoe Alexander Smit mij toesprak om me een tijdje weg te sturen. Hij zag dat ik in zijn buurt angstloos en vrij was, maar kon niet onderscheiden of het ‘mijn’ angstloosheid en vrijheid was, of ‘zijn’ angstloosheid en vrijheid. Hij zei letterlijk: “Wanneer je in de buurt van ‘de Himalaya’ verkeert, ga je je goed en vrij voelen… Ik stuur je een tijdje weg omdat je er dan achter kunt komen of dit ‘jouw’ vrijheid is of dat dit komt omdat je alsmaar in de buurt van ‘de Himalaya’ verkeert. Wanneer een adelaar ziet dat zijn jongen groot genoeg zijn, wacht hij niet af maar gooit hij ze het nest uit door ze over de rand te duwen… Je zult dan je eigen vleugels moeten uitslaan…

Wanneer je verwerkelijkt wat ik net gezegd heb, staat niets je meer in de weg. Dan laat je geen sporen meer achter. Dan is je leven als de vlucht van een adelaar.”

Randolph: “Wordt vervolgd… Ik zie jullie weer terug in de volgende satsang

Copyright 2018, Opensatsang, Satyasatsang.nl, Satsang.earth, Randolph, Avadhuta-blog, ©